Van droombevalling naar helse pijn: deel 2

Van droombevalling naar helse pijn

Van droombevalling naar helse pijn: deel 2

Ik kon niet meer liggen. Niet meer zitten. Niet meer staan. Elke beweging voelde het alsof mijn buik zou ontploffen. “Mama,” huilde ik, “wil je alsjeblieft de verloskundige bellen of ik wat sterkers dan paracetamol mag?” 

Maar de verloskundige kende mij. En die wist dat er iets anders aan de hand was. Een kwartier later stond ze aan mijn bed.

“Wanneer heb je voor het laatst geplast?”

De Niagarawatervallen

Door de pijn ging nadenken moeilijk, maar ik kon het me gewoon niet meer herinneren. 

“Ik denk in het ziekenhuis.” 

Ze probeerde mijn blaas te voelen maar de aanraking op mijn buik trok ik niet. Ze besloot meteen een katheter in te brengen. Nu hoef ik natuurlijk niemand te vertellen dat het na een bevalling best wel een zooitje is down under. Het lukte de verloskundige dan ook niet om een katheter in te brengen. Bij elke poging voelde ik een scherpe, prikkelende pijn en smeekte ik haar om te stoppen. 

Uiteindelijk heeft ze een wijkverpleegkundige erbij laten komen die wat meer ervaring had met het plaatsen van katheters. Nu stonden er om twee uur ‘s nachts twee vrouwen met een zaklamp in mijn fluit te schijnen, in een poging om een katheter in te brengen. Na wat een eeuwigheid leek te duren verontschuldigde de verpleegkundige zich hevig. Bleken ze beide het slangetje telkens in een wondje van de bevalling te steken. Au!

Het inbrengen van een katheter hoort namelijk niet pijnlijk te zijn. En dat bleek het ook niet te zijn toen ze eenmaal de goede ingang hadden gevonden.

En ja hoor, daar kwam het. Als de Niagara watervallen stroomde mijn blaas leeg. Mijn moeder had inmiddels een oude maatbeker gepakt om de urine in op te vangen. Na 500ml stopte de verpleegkundige. “Er staat nog steeds spanning op,” zei ze, “maar als een blaas te snel leegloopt kun je daar erg naar van worden. Ik geef je lichaam dus even pauze.” 

Niet normaal veel

Na het legen van de maatbeker ging ze weer verder. Er kwam wéér 500ml uit. “Dit is niet normaal,” zei de verloskundige, “voel je je wel goed?” 

Maar ik voelde me euforisch. Ik voelde de pijn wegstromen. Ik kon weer ademen. Ik heb me nog nooit zo opgelucht gevoeld. 

Er werd weer een maatbeker geleegd. Ik zag de verpleegkundige naar mijn verloskundige kijken. “Er staat nog steeds spanning op.” 

De verloskundige knikte. Ik had echt wel door dat dit niet normaal was, maar ik begon me steeds lekkerder te voelen. 

Er kwam weer 500ml uit. En nog een keer.

Twee liter urine haalden ze uit mijn blaas. De verpleegkundige kneep de katheter af en liep met mijn verloskundige even naar buiten. Niet veel later kwam mijn verloskundige weer binnen. 

“Je blaas is nog niet leeg.” 

Op dat moment kon ik het allemaal nog niet bevatten, maar mijn moeder keek heel bezorgd. Mijn verloskundige stuurde me weer naar het ziekenhuis en bood aan om een ambulance te bellen. Maar ik voelde me écht goed ten opzichte van een paar uur eerder en wuifde het weg. We rijden zelf wel. No problemo

Retourtje ziekenhuis

En dus lag ik twaalf uur na mijn bevalling weer in het ziekenhuis. De pijn was in de auto weer wat erger geworden, maar Maisie sliep heerlijk naast mij te snurken. 

Ik werd het ziekenhuis ingereden en naar hetzelfde kamertje gebracht waar ik die vorige nacht nog genietend lag na te komen van een droombevalling. 

Er kwam iemand aan om een katheter in te brengen. “Prik niet weer in mijn wondje,” zei ik grappend, maar aan de serieuze gezichten te zien was er geen tijd voor lachen. 

En toen stroomde mijn blaas langzaam leeg. Na een tijdje kwam de verpleegkundige kijken en ze hield de zak omhoog. Wéér twee liter.

Vier liter. Er had vier liter urine in mijn blaas gezeten. Het is een wonder dat dat ding niet geknapt was! Dit had zo anders af kunnen lopen als ik er iets later bij was geweest. Als ik langer had gedacht dat dit er “wel bij zou horen” omdat het normaal is dat je je voelt alsof je onder een vrachtwagen hebt gelegen. 

Doodeng, eigenlijk. En helaas bleef het er niet bij. 

Oude-mannen-plaszak

Ik werd naar huis gestuurd met een verblijfskatheter. Dan zit het slangetje vast aan een zak die je bij je kunt houden. Er was een zak voor de nacht, waar 2 liter in kon, en een zak voor aan je been. De verpleegkundige had zelf nog nooit zo’n katheterzak aangebracht en deed mij de nachtzak om. “Ik denk dat het zo moet,” zei ze lachend. Maar mij stond het huilen inmiddels wel nader dan het lachen.

Die verpleegkundige. Ik wordt gewoon boos als ik eraan terugdenk. Het was dus dezelfde verpleegkundige die bij me had gestaan toen ik “geplast had”. Belangrijk voor alle mama’s to be: druppeltjes is niet goed genoeg. je moet echt je blaas legen. Dat was bij mij dus nooit gebeurt en dat wist die verpleegkundige donders goed toen ze me naar huis stuurde. En nu zat ze te grappen dat ze “dacht dat het zo moet” terwijl ik met mijn 25 jaar naar huis moet met een oude-mannen-plaszak in mijn hand. 

Ik kon toch verdomme niet eens mijn eigen kind dragen omdat ik een plaszak in mijn hand had! Toen ik thuis met tranen over mijn wangen aanbelde en mijn moeder de deur opendeed brak ik. Alle stress, alle pijn, alles kwam eruit. 

“Hoe moet ik nou voor Maisie zorgen met zo’n zak die ik overal naartoe moet slepen?” 

Mijn moeder heeft het er nog steeds wel eens over, hoe er iets van binnen in haar brak toen ze mij daar zo zag staan, huilend met een zak plas in mijn handen. Ze had het ziekenhuis wel aan willen klagen zo boos was ze. 

Ik heb gehuild, jongens. Bah bah, wat heb ik gehuild. Gelukkig was ik ook heel moe dus viel ik vrij snel in slaap, maar anders had ik de hele nacht in mijn eentje liggen huilen. Dan is het plotseling écht heel kut dat je alleenstaand bent. 

Revalideren met kraambezoek

Ik moest de katheter een week lang inhouden. Omdat mij nooit was uitgelegd hoe ik die katheter moest verwisselen, belden we in de ochtend de wijkverpleegkundige weer om te vragen of ze hier mee kon helpen. Dat was geen enkel probleem en ze snel legde ze uit hoe ik de nachtzak kon wisselen met een beenzak. 

En hoewel ik me de kraamweek heel anders had voorgesteld, hoefde ik tenminste niet meer zichtbaar met een zak plas in mijn hand te lopen. De eerste week vloog voorbij en heb ik gewoon lekker kunnen genieten van mijn lieve kleine meisje. De plaszak was er. En we maakten er grapjes over. Zondag mocht hij er toch uit en zou ik er vanaf zijn.

Niets bleek minder waar. 

Huilend op de wc 

Zondag reden we terug naar het ziekenhuis en werd de katheter eruit gehaald. “Drink maar lekker veel,” zei de verpleegkundige, “zodat je snel moet plassen.” 

Ik ben denk ik wel tien keer naar de wc gelopen met grote aandrang. Maar er kwam niks. Wat ik ook probeerde. Hoe ik ook zat. Er kwam gewoon niks uit. 

Na twee uur begon de pijn terug te keren. Ik drukte op de bel en smeekte om de katheter. Een (andere!) verpleegkundige stemde toe en vertelde dat ze even snel met de gynaecoloog gingen overleggen. Maar het duurde te lang en ik drukte nogmaals op de alarmknop. 

Die pijn… Ik heb kennelijk een hoge pijngrens maar jongens wat een hel. Gelukkig brachten ze dit keer de katheter meteen aan en zou de gynaecoloog zo snel mogelijk langskomen. Eigenlijk was het al wel duidelijk wat er ging gebeuren: ik moest weer met de katheter naar huis. De gynaecoloog had nog een spoedkeizersnede en dus lag ik nog drie uur in dat ziekenhuis te niksen voordat het hoge woord eruit was. Nog een week met de plaszak. 

Zie je de bolling bij mijn been? Dat is nou de plaszak.

Bang voor de toekomst

Ik was er kapot van. Ik sprak het niet uit, maar ik was bang. Zo bang dat ik nooit meer van die katheter af zou komen. Dat ik niet optimaal van Maisie kon genieten omdat ik voor mijn leven lang vast zou zitten aan een plaszak. 

Ik was er zo klaar mee dat ik de huisarts heb gevraagd om een overplaatsing aan te vragen naar het ziekenhuis in mijn woonplaats. Dit ziekenhuis doet geen bevallingen, maar heeft wel een urologie afdeling. 

Dus mocht ik een week later daar naartoe. Gewoon, lekker op de fiets. Plaszak en al. Mama paste op Maisie en ik reed in de ochtend naar de afdeling urologie om de katheter te laten verwijderen. Niet te veel drinken, werd mij geadviseerd. Gewoon normaal, anders kan de blaas het niet aan. En ik moest vooral niet wachten tot ik pijn had. Als ik na twee uur nog niet had geplast, moest ik bellen. 

Ik mocht weer naar huis om het daar op mijn gemak af te wachten. Maar je raadt het al. Niks. Na twee uur belde ik en kon ik gelijk terecht. Er werd een echo gemaakt van mijn blaas. Er zat een halve liter urine in. 

De katheter werd dus weer teruggeplaatst en daarna had ik een gesprek met de uroloog. 

“Je bent jong en gezond,” zei ze, “dus we verwachten dat de blaas gewoon rust nodig heeft. Daarom stuur ik je naar huis met een verblijfskatheter voor een maand.” 

Zo. Dat kwam wel even binnen. 

“En ik moet je waarschuwen. Niet om je bang te maken, maar ik moet het gezegd hebben: er is natuurlijk een kans dat je blaas het niet meer gaat doen en we moeten gaan kijken naar een permanente katheter.” 

Ik slikte de tranen weg. Werd mijn angst dan toch werkelijkheid?!

Benieuwd hoe mijn verhaal afloopt? Houd dan de blog in de gaten! Ik deel snel het laatste deel 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Volg me op Instagram!