Twaalf uur na mijn bevalling lag ik weer in het ziekenhuis. Met helse pijn en mijn pasgeboren baby slapend naast mij werd ik weer het kamertje ingerold waar ik die nacht nog genietend lag na te komen van een droombevalling. Wat was er gebeurt?!

Van droombevalling naar helse pijn

Mijn bevallingsplan was meer laissez-faire dan gepland en mijn vluchttas bevatte enkel wat hele grote onderbroeken en wat leuke setjes voor de baby. Ik was niet bang voor de bevalling. Natuurlijk zou het pijnlijk zijn, maar het moest gebeuren. Dat draakje kwam eruit, dat stond vast. Maar hoe? Dat had ik niet in de hand. 

Na 40 weken was ik oprecht wel klaar met het hele zwanger zijn. Ik wou op zich wel graag mijn eigen veters weer strikken. Op mijn buik liggen. Filet Americain eten. 

Begrijp me niet verkeerd, ik vond het prima om zwanger te zijn, maar ik was nooit verliefd op de zwangerschap. Ik wou gewoon potverdikkie mijn baby ontmoeten!

Maar ja, de uitgerekende datum ging voorbij. En nog een dag. En nog een dag. En elke dag baalde ik meer. Elke dag voelde ik me nog precies hetzelfde als de dag ervoor. Geen tekenen van ook maar iets.

De verloskundige bood aan om me te strippen om de bevalling op gang te helpen. Dat was een naar gevoel, en de eerste keer hielp het niets. Ik ging aan de frambozenbladthee (heerlijk!) en was de hele dag alleen maar over mijn buik aan het wrijven. Toe maar kleintje, zei ik dan zachtjes, ik ben er klaar voor

De bevalling begint!

Toen ik de 41 weken aantikte mocht ik in de ochtend weer naar de verloskundige om gestript te worden. Dit keer lukte het wel een beetje, en had ze goede hoop dat het door zou zetten. En ja hoor! Eindelijk voelde ik wat rommelen in mijn buik. Rond twee uur in de middag begon ik onregelmatig wat pijnscheutjes te voelen. Nog niks ergs, want ik deed nog gewoon een middagdutje. 

Het was vrijdag, en om half negen begon The Voice. En mijn weeën. Ze kwamen nu regelmatig en ik moest ze echt wegpuffen. Zou het dan echt?!

Mijn moeder belde de verloskundige en die kwam binnen een uurtje een kijkje nemen. “Ja hoor,” zei ze, “we zitten op vier centimeter ontsluiting. We kunnen nog even wachten, maar als je er klaar voor bent kunnen we ook op ons gemakje naar het ziekenhuis rijden.”

Dat was het enige punt van mijn bevallingsplan dat echt vast stond. Ik wou heel graag in het ziekenhuis bevallen. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis was namelijk dertig minuten over de snelweg, en mocht er iets mis gaan, zag ik die rit niet echt zitten.

Naar het ziekenhuis

Dus reden we rond half elf naar het ziekenhuis. De weeën waren inmiddels steeds heviger aan het worden. De rest is allemaal een beetje een roes. Om elf uur rolde mijn vader mij naar het aangewezen kamertje. 

Ik weet nog dat mijn moeder rustige instrumentale muziek opzette. Ik kon niet lekker liggen door de weeën en de verloskundige bood aan om even te gaan douchen. Het water hielp. Ik kon een beetje ontspannen. 

En toen wou ik heel graag weer terug naar mijn bed. Ik moest op mijn zij gaan liggen, want dat zou makkelijker gaan. Mijn moeder hield mijn hand vast. Mijn vader en broertje waren er ook, maar die waren even een zakje chips halen. Klootzakken.

Mijn verloskundige was even weg. Ik heb geen idee wat ze aan het doen was. Maar mijn vader en broertje kwamen terug. Zonder chips. 

“Hoe gaat het?” Vroegen ze. “Ik hou het niet meer.” 

Ik zocht naar mijn moeder. “Ik hou het echt niet meer mama.” 

“Je mag gaan persen!”

En de verloskundige was er weer. Ze ging kijken hoe ver ik inmiddels al was. 

“Geen wonder dat je het niet meer houdt!” Zei ze. “Je hebt 10 centimeter ontsluiting. Je mag gaan persen!” Ik was blij. En bang. Dit was het dan. Nu zou het gaan gebeuren. Maar hoe? Wonderbaarlijk hoe een soort oerinstinct het dan overneemt. 

Om kwart voor twee is mijn meisje geboren. Het ging snel. Ik weet nog dat op het moment dat het haar zichtbaar was een verpleegkundige aan kwam zetten met een spiegel. Of ik le moment supreme wou zien. Nou nee! Rot op met die spiegel! Ik wil gewoon persen. Ik ben er zo bijna! 

“Het hoofdje is er!” De verlossende woorden. “Nog één keer!” Ik trilde helemaal. Nog een keer gaf ik alles. En toen hoorde ik haar. “Wil je haar aanpakken?” Vroeg de verloskundige. Ik knikte maar ik trilde zo erg dat ik het haast niet durfde. 

Mama

Ik had haar vast. Mijn kindje. Mijn Maisie. Mijn mooie, roze meisje. Zo perfect en alert en gezond. De rest deed me niet zoveel meer. Mijn moeder knipte de navelstreng door. Mijn vader en broertje waren de hele bevalling gebleven. Dat stond ook niet in het geboorteplan, maar dat kon me niks meer schelen.

Ik had het gedaan. Ik volgde mijn meisje terwijl ze afgedroogd en aangekleed werd. Terwijl ze de tests deden. Terwijl ik gehecht werd. Iets met een nageboorte? Boeiend. Ik was mama. Mama van Maisie. 

De eerste keer drinken werd ik geholpen met aanleggen, maar Maisie hapte goed en dronk beter. Ik huilde niet. Ik was niet overvallen door emoties. Nee, ik voelde een hele intense, diepe rust. Alsof er een puzzelstukje op zijn plek viel. Alsof er altijd een deeltje van mij miste, en alles nu compleet was. Zen

Ik kon alleen maar naar haar staren. 

Die nacht sliep ik met Maisie in het ziekenhuis. Mijn vader, moeder en broertje reden naar huis en zouden mij de volgende ochtend ophalen. Of nou ja, een paar uur later. Want het was inmiddels al ochtend. Ik sliep die nacht niet. Misschien ben ik een keer of twee een paar minuutjes weggedoezeld, maar ik kon alleen maar naar haar staren. 

Naar huis

In de ochtend wisselde de dienst en kreeg ik een andere verpleegkundige. Ze hielp me met douchen en wachtte op me terwijl ik probeerde te plassen. Heel veel controle voelde ik niet, want alles was zo beurs daar beneden, maar na een tijdje proberen hoorden we wat druppels in de pot vallen.

“Fantastisch!” Zei ze. “Nu je geplast hebt, mag je naar huis!” 

Om tien uur werd ik opgehaald. Lopen ging nog niet echt, en zitten in de auto was ook niet echt prettig. Maar ik had een heel mooi klein meisje naast me, en dat maakte alles goed.

Eenmaal thuis was ik kapot. Ik gaf borstvoeding en daarna nam mijn mama Maisie mee naar beneden voor een dutje, zodat ik ook even rustig kon slapen. Na een dutje van twee uur was het weer tijd voor een voeding, en gelukkig verliep dit heel soepel. Na de voeding kwam ook de kraamverzorgster al en praatten we wat bij over de bevalling.

“Hoe gaat het nu?’’ Vroeg ze.

“Ik heb wel pijn daar beneden,” zei ik, “maar ik denk dat dat normaal is.” 

Mijn moeder en de kraamverzorgster beaamden het allebei. “Alsof je net onder een vrachtwagen hebt gelegen,” zei mijn mama. En ik knikte. Inderdaad. Zo voelde ik me precies.

Dit is erger dan bevallen

Maar de pijn nam niet af. En tegen het avondeten kon ik het zelf niet meer aan. “Mag ik pijnstilling slikken als ik borstvoeding geef?” Vroeg ik de kraamverzorgster.

Een paracetamolletje kon geen kwaad.

Maar het paracetamolletje hielp niks. De pijn werd alleen maar erger. Maar dat hoort erbij, rationaliseerde ik. Iedere vrouw die net bevallen is voelt zich alsof ze net onder een vrachtwagen heeft gelegen. 

En toen werd de pijn heftiger dan de ergste wee. Heftiger dan de hele bevalling.

Ik kon niet meer liggen. Niet meer zitten. Niet meer staan. Elke beweging voelde het alsof mijn buik zou ontploffen. “Mama,” huilde ik, “wil je alsjeblieft de verloskundige bellen of ik wat sterkers dan paracetamol mag?” 

Maar de verloskundige kende mij. En die wist dat er iets anders aan de hand was. Een kwartier later stond ze aan mijn bed.

“Wanneer heb je voor het laatst geplast?” 


Benieuwd hoe mijn verhaal afloopt? Houd dan de blog in de gaten! Ik deel snel het tweede deel 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *